maandag 14 oktober Laat techneuten en designers samen de liefde bedrijven - vuurwerk gegarandeerd!

Het was “echt nog maar een designconcept”, de rode ballonnen die op de Dutch Design Week van 2018 als prototype voor een kunstmatige baarmoeder moesten doorgaan. “Deze week staan we hier puur om input te ontvangen over hoe de bezoekers over deze techniek denken”, zei onderzoekster Kirsten Thijssen daar toen over. “Zo hopen we inzicht te verkrijgen in hoe mensen hier emotioneel en ethisch gezien tegenover staan. Misschien zien zij nog wel obstakels of andere mogelijkheden waar wíj nog niet over nagedacht hebben.”

Blijkbaar heeft het gewerkt, want precies een jaar later - vlak voor de start van Dutch Design Week 2019 - konden de bedenkers van deze nieuwe techniek bekendmaken dat de Europese Commissie bijna drie miljoen euro wil geven voor de verdere ontwikkeling van de kunstbaarmoeder. Het is een van de vele tientallen voorbeelden waarin technologie en design(denken) hand in hand gaan en in die combinatie uiteindelijk leiden tot een maatschappelijke sprong voorwaarts. Logisch dus dat de TU al jaren een prominente plek krijgt op de DDW - en even logisch dat topdesigners als Marijn van der Poll zo vaak op de High Tech Campus te vinden zijn.

Zeker in een stad als Eindhoven - geboorteplaats van zowel de Dutch Design Week als de Dutch Technology Week - zijn de eentweetjes tussen tech en design niet van de lucht. Het lijkt ook wel of de stad er speciaal voor is gebouwd: de Technische Universiteit aan de ene kant en High Tech Campus, ASML en Brainport Industries Campus aan de andere omringen als het ware de creatieve zones die zich uitstrekken van Sectie C via de Design Academy in de binnenstad naar Strijp-S, -T en -R. Het zou ook wel heel raar zijn als daar geen dwarsverbanden uit zouden ontstaan.

En die zijn er ook, zo blijkt ook weer uit het aanbod van DDW 2019, net zoals dat andersom bleek tijdens de laatste DTW. Neem bijvoorbeeld de keuze voor Jalila Essaidi als ambassadeur van de DDW van dit jaar. Zij vergaarde wereldwijde faam met bio-tech initiatieven als haar kogelvrije vest van spinnenzijde en een jurk van koeienmest. Inmiddels heeft ze in Eindhoven haar eigen dorpje: BioArt Village waar nu ontwerpers uit de hele wereld met natuur, bio-technologie en design werken. “Ik maak me sterk om ook het liefdevolle en het met materialen bezig zijn de aandacht te geven tijdens de Dutch Design Week en niet alleen de economische kant van het verhaal”, zegt ze over haar rol.

Met “Manifestations” legt de Dutch Design Week nu al voor het vierde jaar op rij de (mis)matches tussen mens en technologie onder de loep door concreet te vragen hoe technologie kan bijdragen aan een menselijkere wereld. “Technologie biedt de mensheid superpowers” zegt designer Viola van Alphen. “The sky is the limit als het gaat om het vormgeven van ons lichaam, de aarde en onze geest. Maar beschikken we straks allemaal over superkracht, superschoonheid en worden we allemaal heel oud of is dat alleen voor de happy few? Mogen we nog kwetsbaar zijn? Bij Manifestations zie je hoe de innige relatie tussen mens en technologie tot bloei komt of juist volledig uit de hand kan lopen.” Ook deze aflevering van Manifestations staat weer bol van de ‘onvoorstelbare’ technologische werkelijkheden. Wat te denken van het kogelvrije vest voor zwangere vrouwen, de fijnstof-opzuigende paraplu, een Russisch roulette met voedselallergie, een post-apocalyptische wereld, lichttherapie die helpt tegen burnouts, of fashion van gerecyclede pet-flessen?

Ook in de mode is het zichtbaar. Er is heel veel nadruk op circulariteit, maar ook 3D-geprinte gewaden en schoenen hebben er hun intrede gedaan, net als kleding die tevens geschikt is om energie op te wekken of lichaamsfuncties te meten. Zowel aan de designkant (Pauline van Dongens solar shirt heeft zelfs een plek in het Londense Victoria and Albert Museum gekregen), als aan die van de techniek (het op de High Tech Campus gevestigde Holst Centre maakt de ene wearable na de andere die onze gezondheid monitoren) is het spitsuur. “Afgezien van het nut van deze producten, ligt een deel van hun functionaliteit in de mate waarin ze aansluiten bij de levensstijl van de gebruikers”, legt een medewerker van Holst uit. “Er goed uitzien kan er ook voor zorgen dat je je goed voelt, dus bij het ontwerpen van deze producten zijn de materiaalkwaliteiten en de emotionele waarden die ze oproepen net zo belangrijk als hun technische functies.”

De alom aanwezige technologie op de Dutch Design Week is geen toeval, zegt DDW-directeur Martijn Paulen in design magazine Dezeen: “Juist in de overlap tussen technologie en creativiteit worden de antwoorden voor de toekomst gevonden. Wanneer je technologische innovatie in de handen van creatieve mensen legt, beginnen de echt interessante dingen te gebeuren.”

Vanzelf gaat dat echter niet, zo heeft hij gemerkt. Paulen wil dat de mensen van de engineeringkant nieuwe materialen en ideeën brengen om de creatieven mee te laten spelen, en omgekeerd. “De dialoog tussen de design academy, de creatieven, en de technische universiteit, de ingenieurs, is al vaak geprobeerd, maar het is ook altijd moeilijk geweest. Het zijn echt twee verschillende werelden. Ik denk dat we echt een grote stap zetten door deze twee werelden samen te brengen.”

Tegelijk moeten we ons bewust blijven dat niet alle maatschappelijke opgaven met technologie te overwinnen zijn, zegt Rob Adams, eigenaar van Sixfingers en tijdens komende Dutch Design Week curator van de Embassy of Mobility. Hij richt zich op het fenomeen Smart Cities. Hoewel… "Eigenlijk haat ik het idee van slimme steden”, zegt Adams. “Ik haat het echt omdat slimme steden over technologie gaan, wat voelt als hoe efficiënt we zijn en dat voelt niet als een goed leven.” Twee jaar geleden deed hij met collega Boyd Cohen een onderzoekje waarin ze mensen vroegen wat hun leven gelukkig maakt. “Niemand antwoordde dat veel technologie hun leven gelukkiger maakt. Niemand! Dus we moeten nu echt stoppen met praten over slimme steden, want mensen zijn niet betrokken bij slimme steden. Het gaat over data, data, data. Dat, gecombineerd met de grote techbedrijven die daar achter zitten, betekent simpelweg dat het gaat om het verdienen van veel geld op basis van deze gegevens. En dus niet om het oplossen van echte problemen in het leven van mensen."

Het is een waarschuwing die de initiatiefnemers van het Eindhovense ‘Designmuseum van de Toekomst’ zich ter harte mogen nemen. De gemeente heeft het over een plek die “de infrastructuur rond design en technologie in de regio versterkt, op een manier die landelijke meerwaarde heeft en die internationale uitstraling krijgt”. Een ambitie die past bij de stad die gebouwd is op de pijlers Technologie, Design en Kennis.

De grote techbedrijven uit de regio weten intussen heel goed dat ze niet meer zonder designers en designdenken kunnen. ASML, de grootste technologiekracht van Nederland, heeft zijn naam verbonden aan de Smart Makers Award (waarbinnen design een promninente rol speelt) en aan initiatieven die individuele designers helpen bij het ontwikkelen van tech- en ondernemersvaardigheden. Een voorbeeld daarvan is Designforum, waarbinnen talentvolle afgestudeerde ontwerpers zich kunnen doorontwikkelen. Neem Timo Lejeune, die met hulp van Designforum een oplossing bedacht rond muziek, festivals en verlichting. “De creativiteit, de saamhorigheid, de kunst, daar komt alles samen. We kunnen de technologie condenseren om het gebruik ervan te vergemakkelijken.”

Bij die andere Eindhovense tech-grootmacht Philips is design misschien nog wel sterker in het dna ingebakken. Dat blijkt uit de tientallen designprijzen die het bedrijf door de jaren heen mocht ontvangen, maar ook uit de manier waarop Chief Design Officer Sean Carney zijn collega’s probeert te overtuigen van het nut van design thinking en van de samenwerking tussen designers en Philipsmensen. Carney: “Vraag je een gebruiker wat beter kan, dan blijft de verbetering slechts incrementeel. Een designer moet juist verder kunnen kijken om ware verandering teweeg te brengen.”

Bas Berkhout, directeur bij GBO Innovation makers, beaamt dat je als designer goed in de techniek moet zitten om samen te kunnen werken met high tech bedrijven. Het gevaar bestaat anders dat je “een autonoom kunstwerk aflevert, in plaats van een gebruiksproduct”. Het Oxboard, een Bosch-machine of de de bril met ingebouwde lichttherapie: het zijn maar een paar voorbeelden die bewijzen hoe Berkhouts Helmonse bedrijf tech en design heeft weten te verweven. VanBerlo Design in Eindhoven kan er over meepraten: met partners als Damen Shipyards, Sita, EVBox, Wings for Aid, Nexperia en Maxi Cosi staat het designbureau met beide benen in de wereld van tech.

Nog maar twee jaar geleden vond de Dutch Design Week het hoognodig een event te organiseren met de naam “High Tech Meets Design”. Vertegenwoordigers van beide werelden - maar vooral mensen die de overstap al hadden gemaakt - kwamen samen om te kijken wat er nodig zou zijn voor een volgende fase. De conclusies lagen voor de hand (“gewoon beginnen!”) maar hoewel er inmiddels veel ten goede is veranderd, heeft de oproep die DDW’s Martijn Paulen daar deed nog niets aan waarde verloren: ‘’Laat techneuten en designers samen de liefde bedrijven. Als je deze twee groepen bij elkaar brengt voor een gezamenlijke uitdaging, dan heb je gegarandeerd vuurwerk.”

 

© Bart van Overbeeke, Bram Saeys, Jalila Essaidi, Sixfingers

Nieuws